Vonnis 10 juli 2025 arbeidsrechtbank
De arbeidsrechtbank behandelde een zaak waarin de deskundige vaststelde dat eiser leed aan mesothelioom en blootgesteld was aan asbest in België. Verweerder Fedris betwistte dit, met het argument dat het mesothelioom volledig verwijderd was en dat er onvoldoende bewijs was van significante blootstelling. De Programmawet van 27 december 2006 (artikels 113-133) bepaalt twee voorwaarden voor vergoeding: (1) Getroffen zijn door mesothelioom (art. 118) en (2) Blootstelling aan asbestrisico in België (art. 119 §2). De rechtbank oordeelde dat het voortbestaan van de ziekte geen vereiste is en dat mesothelioom volgens huidige medische kennis ongeneeslijk is. Eiser toonde voldoende blootstelling aan asbest in België aan; de wet vereist geen “degelijk en reëel” niveau van blootstelling. Eiser krijgt een forfaitaire rente, eenmalige vergoeding en medische kosten.