persbericht ondernemingsrechtbank Antwerpen: 350ste beroepsverbod opgelegd
De Ondernemingsrechtbank Antwerpen-Limburg spreekt het 350ste beroepsverbod uit. Alleen al in 2025 werden 287 beroepsverboden uitgesproken. Dat komt neer op gemiddeld ongeveer 25 beroepsverboden per maand. Tegelijk raadpleegt de rechtbank vandaag het publieke register JustBan voor de 20.000ste keer, inmiddels ruim 1.200 keer per maand. Dat zijn ruim 15.000 opzoekingen per jaar.
Sinds eind 2023 beschikt de ondernemingsrechtbank over een versterkt instrument om personen die manifest misbruik maken van het ondernemingsrecht tijdelijk uit het economisch verkeer te halen. Het gaat om natuurlijke personen die persoonlijk failliet zijn verklaard, of bestuurders en zaakvoerders van failliete vennootschappen, wanneer sprake is van kennelijk grove fouten, fraude of structurele niet-medewerking bij de afwikkeling van het faillissement.
Snelle en laagdrempelige procedure, met zware impact
Een beroepsverbod verhindert dat iemand gedurende een bepaalde periode nog een onderneming kan leiden of bestuurder kan zijn. Werken als arbeider of bediende blijft wel mogelijk.
Naast het Openbaar Ministerie en schuldeisers kunnen sinds de wetswijziging ook faillissements-curatoren via een vereenvoudigde procedure een beroepsverbod vorderen. Die zaken worden door de ondernemingsrechtbank prioritair en vaak binnen enkele weken behandeld.
“Het beroepsverbod is een snelle en doeltreffende manier om personen die niet te goeder trouw zijn uit het economisch verkeer te halen,” bevestigt Tijs Laurens, voorzitter van de ORB. “De drempel om te vorderen is laag, maar de toets door de rechtbank is streng.”
JustBan sluit achterpoortjes
Sinds 2024 worden beroepsverboden geregistreerd in JustBan, het publieke register dat wordt geraadpleegd bij elke oprichting van een vennootschap of benoeming van een bestuurder. Wie een beroepsverbod heeft, kan zich materieel niet meer inschrijven als bestuurder of zaakvoerder.
“Wij beheren vandaag zowel de instroom als de uitstroom,” aldus de rechtbank. “Dankzij JustBan is het moeilijker geworden om via stromannen of nieuwe vennootschappen opnieuw te starten.”
Geen criminalisering van eerlijke faillissementen
De ondernemingsrechtbank sprak in 2025 3.082 faillissementen uit, ten opzichte van 3.004 in 2024 en 2.788 in 2023. In het overgrote deel gaat het om ondernemers die te goeder trouw zijn en slachtoffer worden van tegenslag, foute ondernemingsbeslissingen of een ongelukkige samenloop van omstandigheden.
“Wie te goeder trouw failliet gaat, moet een tweede kans krijgen. Dat principe blijft overeind,” benadrukt Vera Caimo, persrechter van de ORB. “Maar structureel misbruik, fraude en onverantwoord bestuur horen daar niet bij.”
Enkele typische situaties (geanonimiseerd)
De uitgesproken beroepsverboden tonen een duidelijk patroon.
-
Schijnbeheer en afschuiven van verantwoordelijkheid. Een bestuurder liet de volledige financiële werking over aan een vertrouwenspersoon, zonder enige controle. Er werd geen boekhouding gevoerd, belastingen en btw werden niet betaald en een stroman werd aangesteld vlak voor het faillissement. De rechtbank oordeelde dat het nalaten van toezicht het misbruik mogelijk maakte en sprak een beroepsverbod van 5 jaar uit.
-
Onverantwoord ondernemerschap en luxebestedingen. Een recent opgerichte vennootschap ging binnen anderhalf jaar failliet met een aanzienlijk passief. Er werden dure leasingcontracten afgesloten, terwijl fiscale en sociale schulden opliepen en nog voorschotten van consumenten werden gevraagd. De bestuurder verhuisde intussen naar het buitenland. De rechtbank legde een beroepsverbod van 5 jaar op.
-
Recidive na persoonlijke kwijtschelding. Een zelfstandige ging kort na een eerdere persoonlijke faling opnieuw failliet, opnieuw met voornamelijk fiscale en sociale schulden. Hij hield geen boekhouding bij en betaalde geen sociale bijdragen. De rechtbank stelde vast dat elk besef van verantwoordelijkheid ontbrak en sprak een beroepsverbod van 10 jaar uit.
- Activa onttrekken vóór faillissement. In een andere zaak werden in de maanden vóór de faling voertuigen en materiaal verkocht of verplaatst, zonder dat de opbrengsten nog traceerbaar waren bij het faillissement. Leasingmaatschappijen bleven met oninbare verliezen achter. De rechtbank legde een beroepsverbod van 10 jaar op.
Bescherming van toekomstige slachtoffers
Volgens de rechtbank heeft elke vorm van faillissementsfraude meerdere slachtoffers: schuldeisers, werknemers, consumenten en de overheid.
“Door tijdig een beroepsverbod op te leggen, vermijden we nieuwe slachtoffers en bijkomende procedures,” klinkt het bij Tijs Laurens, voorzitter van de ORB. “Dat vraagt inspanningen, zeker zonder extra middelen, maar het maatschappelijk belang is groot.”