Voormalige onthaalmoeder veroordeeld wegens dooreenschudden baby (shaken baby syndroom)

04/05/2026

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent heeft een voormalige onthaalmoeder veroordeeld wegens het dooreenschudden van een zes maanden oude baby. Zij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar met probatie-uitstel voor een termijn van vijf jaar. Aan dit probatie-uitstel zijn heel strikte voorwaarden verbonden.

Feiten 

Op 8 juni 2023 werd een baby van zes maanden oud binnengebracht op de spoeddienst van het AZ Sint-Lucas in Gent. De baby vertoonde een gedaald bewustzijn en atypisch gedrag. Verder onderzoek in het UZ Gent wees uit dat het ging om een shaken baby syndroom.

De baby bleek te verblijven in een crèche in Evergem, uitgebaat door een vrouw en haar oudere man. Er waren vrij snel vermoedens dat de uitbaters – en specifiek de vrouw – betrokken waren bij hetgeen de baby was overkomen. De crèche werd hierop voor minstens drie maanden gesloten. 

De onthaalmoeder verklaarde bij haar eerste ondervraging dat zij de baby zeker niet had geschud, maar gaf dit wel toe bij een tweede verhoor. Volgens de aangestelde wetsarts moet het dooreen schudden minstens vijf seconden geduurd hebben.

Begin juli 2023 ondernemen de onthaalmoeder en haar echtgenoot de nodige stappen om hun crèche te stoppen. Op 26 juli 2024 overleed de echtgenoot.

De baby bleek na een week in het ziekenhuis geen klinisch herkenbare psychomotorische letsels meer te hebben. Maar zekerheid over de gevolgen op lange termijn kan slechts worden gegeven na de leeftijd van 18 jaar.

Tenlastelegging

De beklaagde moest zich voor de rechtbank verantwoorden voor feiten gekwalificeerd als opzettelijke slagen, met de verzwarende omstandigheid dat het misdrijf een ziekte of een tijdelijke arbeidsongeschiktheid van minder dan vier maanden tot gevolg had, en dat het werd gepleegd op een minderjarige door een persoon die over haar gezag had (met name de onthaalmoeder). 

Beoordeling rechtbank 

De rechtbank acht de feiten bewezen. Er zijn geen redenen om te twijfelen aan de medisch-legale bevindingen van de gerechtsdeskundigen en aan de bekentenissen van de beklaagde.

Strafmaat

De rechtbank heeft de beklaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar met probatie-uitstel voor een termijn van vijf jaar, en een geldboete van 400 euro met uitstel voor een termijn van drie jaar.

Aan dit probatie-uitstel zijn diverse strikte voorwaarden verbonden. Zo moet de beklaagde een gepaste professionele en gespecialiseerde psychosociale begeleiding volgen voor haar psychologische problematiek, en geldt er een absoluut contactverbod met het jonge slachtoffer en haar ouders. De beklaagde mag ook niet binnen een straal van minder dan 1 kilometer van de woonplaats van het gezin komen. Bovendien moet zij zich onthouden van enig contact met minderjarigen in de ruimst mogelijke zin (bijvoorbeeld geen enkel contact zoeken of onderhouden met minderjarigen, elk toevallig contact met minderjarigen zo snel mogelijk afbreken, geen activiteiten uitoefenen die in meer of mindere mate gericht zijn op minderjarigen, noch plaatsen opzoeken (reëel of online) die worden gefrequenteerd door minderjarigen zoals speeltuinen, jongerencafés, scholen, jongerensites op het internet,… (met uitzondering van contacten met de kinderen binnen de eigen familie en haar eigen kleinkinderen vanaf de leeftijd van 3 jaar – als haar eigen kleinkinderen jonger zijn dan 3 jaar moet dit in aanwezigheid van een andere volwassene gebeuren).

Aan de burgerlijke partijen moet de beklaagde een totale schadevergoeding van 12.512 euro en een rechtsplegingvergoeding van 1.726,74 euro betalen. 

Motivering strafmaat

Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank rekening met volgende elementen:

  • De beklaagde heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige feiten, waarbij het leven van een nog erg jonge baby, op dat moment 6 maanden oud, ernstig in gevaar is gebracht.
  • De beklaagde kampte op dat moment met een problematische psychosociale context. Hierdoor negeerde ze haar onvermogen om als onthaalmoeder een groot aantal jonge kinderen een veilige omgeving te bieden. De beklaagde had veel eerder haar onvermogen om met bepaalde situaties om te gaan, moeten erkennen, in plaats van haar frustraties en vermoeidheid op een verkeerde manier af te reageren op een nog erg kwetsbaar menselijk wezen.  
  • Door de feiten van het dooreenschudden eerst te verzwijgen, zorgde de beklaagde er bovendien voor dat de baby niet meteen de meest gepaste medische hulp kon krijgen. 
  • De psychische en sociale impact van de feiten op dit nog erg jonge kind en haar ouders zijn zwaarwichtig. Aan de baby werd op het tijdstip van de feiten haar basisveiligheid ontzegd, hetgeen primordiaal is voor haar verdere emotionele ontwikkeling en levensnoodzakelijke capaciteit tot hechting. Het meisje verkeerde vlak na de feiten in levensgevaar, was gedurende meerdere dagen gehospitaliseerd en was naderhand ook nog gedurende een periode van ongeveer een maand volledig arbeidsongeschikt.   

    Hoe klein ook, de mogelijkheid bestaat dat het meisje in haar latere leven zal kampen met cognitieve- of gedragsproblemen als gevolg van eventuele cerebrale letsels die thans niet kunnen worden vastgesteld. Hoe gering deze kans ook, de mogelijkheid daartoe impliceert ook een voortdurende, mogelijk slechts sluimerende, mentale impact op het meisje en op haar ouders.

  • Het blanco strafrechtelijk verleden van de beklaagde, op haar relatief gevorderde leeftijd. Ze kan globaal gezien bogen op een sociaal stabiele situatie, zonder zwaarwichtige problemen binnen de cruciale levensgebieden. De kans op algemeen en gelijkaardig delictgedrag wordt door de gerechtsdeskundigen en de rechtbank als laag ingeschat. Mede gelet op haar persoonlijkheidsprofiel valt het aan te nemen dat haar verblijf in de gevangenis en haar verdere aanhouding onder elektronisch toezicht op haar een schokeffect zullen hebben gehad. Dit blijkt ook uit het positieve verloop van haar langdurige justitiële opvolging die na haar voorlopige invrijheidstelling werd opgestart. Ze zette ook kort na de feiten vrijwillig haar activiteiten als onthaalmoeder stop.