Hoofdaandeelhouder en andere oud-bestuurders OPTIMA BANK veroordeeld wegens onder andere valsheid in geschrifte

31/03/2026

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent heeft de voorzitter van het directiecomité en hoofdaandeelhouder van de toenmalige OPTIMA BANK veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar met uitstel en een geldboete van 400.000 euro. Een bedrag van meer dan 4,3 miljoen euro werd verbeurdverklaard. Ook andere voormalige bestuurders werden veroordeeld tot gevangenisstraffen met uitstel. 

Feiten 

In deze zaak stonden twaalf beklaagden terecht. Het ging om verschillende voormalige kaderleden en aandeelhouders van de OPTIMA BANK en gelieerde vennootschappen (waaronder   vastgoedvennootschap OPTIMA GLOBAL ESTATE), en de bank zélf.  

De beklaagden stonden terecht voor feiten omschreven als valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken, oplichting van cliënteel, misbruik van vennootschapsgoederen, misbruik van vertrouwen, witwaspraktijken, inbreuken op de wet op de vastgoedmakelaardij, misleiding van de Nationale Bank van België, en laattijdige aangifte van faillissement. 

Meer concreet zou via valse stukken een buitenlandse constructie zijn opgezet waarlangs aanzienlijke bedragen, komende van een Luxemburgse verzekeringsmaatschappij, zouden zijn afgeleid naar het persoonlijk vermogen van diverse bestuurders. Ook diverse cliënten die door OPTIMA FINANCIAL PLANNERS – de rechtsvoorganger van OPTIMA BANK – bij de voormelde verzekeringsmaatschappij werden aangebracht, zouden zijn opgelicht. Zij zouden er via bedrieglijke middelen toe gebracht zijn om een verzekeringspolis te sluiten bij die verzekeringsmaatschappij.

Daarnaast zouden bepaalde kaderleden aanzienlijke bedragen hebben onttrokken aan het vermogen van de voormelde vennootschappen hetzij door middel van vennootschapsgelden persoonlijke schulden te (laten) voldoen, hetzij door uitbetaling van te aanzienlijke vergoedingen en/of dividenden, hetzij door te aanzienlijke opnames in rekening-courant zonder dat daartegenover een reëel terugbetalingsperspectief bestond, hetzij door kredietopnames op een tijdstip waarop dat niet langer toegestaan was. 

Daarbij zou ook gebruik gemaakt zijn van valse stukken. Verder zouden diverse financieringsoperaties hebben plaatsgevonden en zouden inkomsten gegenereerd zijn op een wijze die strijdt met de strafwet. Ook zou de Nationale Bank van België zijn misleid door haar onvolledige informatie mee te delen. 

Tot slot zouden verschillende kaderleden zich na het faillissement van OPTIMA BANK schuldig hebben gemaakt aan valsheid in geschrifte, en het gebruik daarvan om de vastgoedvennootschap te proberen redden. Ook zouden ze laattijdig aangifte van faillissement hebben gedaan. Eén vastgoedklant zou zijn opgelicht, waarbij eveneens gebruik zou zijn gemaakt van valse stukken.

Beoordeling rechtbank: niet bewezen

De rechtbank oordeelde dat niet bewezen is dat verzekeringscliënten werden opgelicht, noch dat geld van die cliënten op persoonlijke rekeningen van één van de beklaagden terechtkwam. Ook de buitenlandse constructie werd niet vals bevonden. 

Voorts oordeelde de rechtbank dat de gelden die aan buitenlandse, aan de beklaagden gelieerde vennootschappen, werden uitbetaald niet aan OPTIMA FINANCIAL PLANNERS hadden moeten toekomen. 

Volgens de rechtbank is er evenmin sprake van witwaspraktijken. Tot slot werden ook de vermeende oplichting van de vastgoedklant en het gebruik van valse stukken in de context van de poging de vastgoedvennootschap te redden, niet bewezen verklaard.

Als gevolg van deze gedeeltelijke vrijspraak, stelde de rechtbank het verval van strafvordering door intreding van de verjaring vast voor wat betreft bepaalde vermeende feiten die verder in het verleden lagen.

Beoordeling rechtbank: wél bewezen

De rechtbank verklaarde verschillende feiten omschreven als valsheid in geschriften en het gebruik ervan wel bewezen. Niet alleen werden overeenkomsten en andere stukken geantidateerd, maar werden er ook stukken opgesteld die volstrekt fictieve feiten en prestaties voorhielden. 

De rechtbank oordeelde tevens dat een bepaalde bestuurder en hoofdaandeelhouder van de moedervennootschap van OPTIMA BANK NV (eerste beklaagde JP) zich voor bepaalde prestaties tweemaal liet vergoeden, met name éénmaal als bestuurder en éénmaal als consultant. 

Ook werden in hoofde van bepaalde bestuurders andere feiten van onttrekking van gelden aan de vennootschappen weerhouden. Dat met name door overdreven opnames in rekening-courant, of door uitkering van een dividend zonder dat daarvoor ruimte bestond. 

Ook de wijze waarop bepaalde interne overnames werden gefinancierd, werd in strijd met de strafwet bevonden. De rechtbank oordeelde ook dat door de bank en haar bestuurder op onwettige wijze aan goedbemiddeling werd gedaan. De misleiding van de Nationale Bank van België werd eveneens bewezen verklaard in hoofde van voornoemde hoofdaandeelhouder. Tot slot werd ook de laattijdige aangifte van faillissement van de vastgoedvennootschap bewezen verklaard.

Strafmaat

Eerste beklaagde 

De eerste beklaagde (JP) was voorzitter van het directiecomité van de moedervennootschap en  hoofdaandeelhouder. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar met uitstel (met uitzondering van de ondergane voorhechtenis) en een geldboete van 400.000 euro. Een bedrag van meer dan 4,3 miljoen euro werd verbeurdverklaard. Ook werd hem een beroepsverbod van 10 jaar opgelegd.

Tweede beklaagde

De tweede beklaagde (FV) was binnen de vennootschappen verantwoordelijk bestuurder voor het financieel beheer. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar met uitstel, en tot een geldboete van 100.000 euro. Een bedrag van bijna 320.000 euro werd verbeurdverklaard, en er werd een beroepsverbod opgelegd. 

Derde beklaagde

De derde beklaagde (JV) was verantwoordelijk voor de commerciële gang van zaken. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden en een geldboete van 600 euro.

Vierde beklaagde

De vierde beklaagde (JDP) was als bestuurder verantwoordelijk voor de juridische en compliance aspecten. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden met uitstel, en tot een geldboete van 100.000 euro.

Vijfde beklaagde

De vijfde beklaagde is de zoon van de eerste beklaagde en was actief in de vastgoedvennootschap. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met uitstel (met uitzondering van de ondergane voorhechtenis) en een geldboete van 200.000 euro. Een bedrag van meer dan 1,1 miljoen euro werd verbeurdverklaard. Er werd de vijfde beklaagde een beroepsverbod van 10 jaar opgelegd.

Zesde beklaagde

De zesde beklaagde (KD) was werkzaam in de OPTIMA BANK en verleende administratieve bijstand aan de eerste beklaagde. Ze werd schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte. Ze werd de gunst van de opschorting toegekend.

Zevende beklaagde

De zevende beklaagde (LVDB) was de voormalige voorzitter van het directiecomité van de bank. Hij werd schuldig bevonden aan feiten omschreven als inbreuken op de wet op de vastgoedmakelaardij. Hij werd veroordeeld tot een geldboete van 3.000 euro. 

Achtste beklaagde

De achtste beklaagde (GV) was de laatste CEO van de vastgoedvennootschap. Ook aan hem werd de gunst van de opschorting verleend.

Negende en twaalfde beklaagde

De negende beklaagde (JS) was investeerder, zijn investeringsvennootschap NV SI de twaalfde beklaagde. Voor beide beklaagden werd voorzien in een eenvoudige schuldigverklaring. Er werd eveneens rekening gehouden met een schending van de redelijke termijn. In hoofde van de investeringsvennootschap werd bijkomend voorzien in de verbeurdverklaring van een bedrag van meer dan 2,1 miljoen euro.

Tiende beklaagde

De tiende beklaagde (PDH) werd als voormalig bestuurder vrijgesproken voor de hem ten laste gelegde recentste feiten. Hierdoor werd de strafvordering vervallen verklaard voor wat betreft feiten die reeds verder in het verleden lagen.

Elfde beklaagde

De elfde beklaagde is OPTIMA BANK zelf. Ze werd schuldig bevonden voor feiten omschreven als inbreuken op de wet op de vastgoedmakelaardij. Ten aanzien van deze vennootschap werd de eenvoudige schuldigverklaring uitgesproken, gelet op de schending van de redelijke termijn.

Op burgerlijk vlak werd de vordering van de curatoren van OPTIMA BANK NV deels ingewilligd. De vordering van de curator van de vastgoedvennootschap werd eveneens deels ingewilligd.

Motivering rechtbank

Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank onder andere rekening met volgende elementen:

  • De ernstige feiten waaraan de eerste beklaagde schuldig werd bevonden. De gepleegde valsheden en het gebruik van gefabriceerde valse stukken, alsook de misleiding van de Nationale Bank van België, getuigen van een valse ingesteldheid in zijnen hoofde. Hij deinsde er kennelijk niet voor terug de strafwet vanuit opportunistische en zelfgerichte overwegingen te overtreden.
  • Het staat vast dat de eerste beklaagde graaide en voor eigen gewin ging. Bij het huldigen van zijn eigen belang, verloor hij compleet het zicht op de (vermogens)belangen van anderen, dewelke hij ook effectief miskend heeft.
  • Deze feiten getuigen dat de eerste beklaagde niet in staat was - en is - om binnen de perken van het strafrechtelijk toelaatbare bestuurder te zijn van vennootschappen, en bij uitbreiding deel te nemen aan het handelsverkeer.

In onderstaande bijlage vindt u ook een uittreksel uit het vonnis, met daarin een overzicht van de strafmaat en een nadere toelichting van de straftoemeting.