Ex-burgemeester veroordeeld wegens verduistering en belangenneming
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk heeft een beklaagde veroordeeld tot 1 jaar gevangenisstraf met uitstel voor een periode van 5 jaar, en een geldboete van 24.000 euro. Hij verliest voor een periode van 10 jaar het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen. Er werd ook een bedrag van 178.000 euro verbeurd verklaard. De beklaagde had diverse panden gekocht die hij kort daarna met meerwaarde verkocht. Als toenmalig burgemeester nam hij tezelfdertijd deel aan vergaderingen over de herontwikkeling van de omgeving van die onroerende goederen.
Feiten
Op 25 juli 2018 kocht de beklaagde een woonhuis met grond en magazijn in de Kapelleriestraat 34 en 34+ voor 300.000 euro. Op 22 augustus 2019 verkocht hij diezelfde eigendom voor 585.000 euro aan een bouwonderneming. Het naastgelegen pand (nr.36) werd door de eigenaars eveneens verkocht aan de bouwonderneming. In die akte stonden echter twee opschortende voorwaarden vermeld: het verwerven van nummer 34 (eigendom van de beklaagde) en het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor minstens 20 wooneenheden. Deze voorwaarden stonden niet in de akte van nummer 34 (woning van de beklaagde).
In januari 2020 werden door de beklaagde via een tussenpersoon twee woningen aangekocht in de Ieperstraat (nummer 97 en 101), en dit voor respectievelijk 222.000 euro en 260.000 euro. De tussenpersoon had via een schattingsverslag van de gemeente de woning nummer 101 aan een lagere prijs proberen aankopen (200.000 euro), maar dit was niet gelukt. Op 6 februari 2020 verkocht de beklaagde beide woningen samen aan een bouwonderneming voor 660.000 euro. Ook hier was bij de verkoop van de tussenliggende woning (nummer 99) een opschortende voorwaarde in de verkoopakte opgenomen; met name de mogelijkheid tot een bouwvergunning voor 38 appartementen.
Tenlasteleggingen
Op basis van deze feiten moest de beklaagde zich voor de correctionele rechtbank in Kortrijk verantwoorden voor:
- het verduisteren van een openbaar schattingsverslag
- belangenneming in verrichtingen en aanbestedingen door beherende of toeziende ambtenaren
Strafmaat
De rechtbank heeft de beklaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar met uitstel voor een periode van 5 jaar, en een geldboete van 24.000 euro. De beklaagde verliest voor een periode van 10 jaar het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen.
De rechtbank spreekt in hoofde van de beklaagde ook de bijzondere verbeurdverklaring uit voor 178.000 euro.
Motivering rechtbank
Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank rekening met deze elementen:
- De beklaagde gebruikte in zijn functie als burgemeester een schattingsverslag van de gemeente Staden in een poging om door onderhandelingen – via een tussenpersoon – de verkoopprijs van een pand te drukken. Dit betekent dat het schattingsverslag verduisterd werd met de bedoeling om een lagere prijs te bekomen. Het is daarbij niet relevant of dat doel uiteindelijk werd bereikt. Het bijzonder vertrouwen van de maatschappij in haar openbare functionarissen wordt op die manier beschaamd.
- Op 7 november 2019 stelde de beklaagde een tussenpersoon als command aan met het oog op de aankoop van de percelen aan de Ieperstraat 97 en 101. Uit het dossier blijkt dat de beklaagde op dat moment al de bedoeling had om die percelen verder te verkopen. Dat gebeurde uiteindelijk op 6 februari 2020. De beklaagde heeft op die manier een belangrijke meerwaarde bekomen, aangezien hij als burgemeester betrokken was bij de voorbereiding van de herontwikkeling van de omgeving van die percelen (masterplan Sint-Jan). Het uitvoeren van dit masterplan had namelijk invloed op de waarde van de daar gelegen percelen.
- De beklaagde was sinds 2018 niet alleen burgemeester, maar had binnen het college van burgemeester en schepenen ook de bevoegdheid ruimtelijke ordening. Hij nam ook deel aan de gemeenteraad van de gemeente Staden, waar hij meestemde. Zo was de beklaagde al vóór 7 november 2019 betrokken bij de nieuwe visie voor de site Sint-Jan en de opmaak van het masterplan. Door zijn aanwezigheid kon de beklaagde ook wegen op de beslissing om de site Sint-Jan te herontwikkelen en op het voorzien van de mogelijkheid van het betrekken van de aangrenzende percelen. Hij nam nadien ook verder deel aan de vergaderingen die de uitwerking van het masterplan Sint-Jan zouden voorbereiden.
- Uit de compromis van de verkoop van de Ieperstraat 97 en 101 blijkt dat de aankoop van diezelfde panden door de uiteindelijke koper geprefinancierd werd. De belangrijke meerwaarde die de beklaagde op erg korte termijn kon realiseren, is dus ook mogelijk gemaakt door een financiële tussenkomst van de uiteindelijke eigenaar van de percelen.
- Door tezelfdertijd te investeren in panden die gelegen zijn aan de rand van de site Sint-Jan en mee te stemmen over de voorbereiding van de herontwikkeling van de site Sint-Jan heeft de beklaagde het algemeen belang en een privébelang vermengd, en daardoor enig belang genomen in verrichtingen onder zijn beheer of toezicht.
- De beklaagde heeft bovendien niet openlijk gehandeld. Hij heeft zijn investering in de Ieperstraat 97 en 101 niet aangekaart of ter kennis gebracht van de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen.
- De beklaagde had ook een moreel belang bij de verkoop van het perceel Kapelleriestraat 34. Zo had hij een nauwe band met de projectontwikkelaar en was hij de initiatiefnemer van de gezamenlijke verkoop van de Kapelleriestraat 34 en 36 aan dezelfde projectontwikkelaar. Hij is ondanks dat moreel belang tussengekomen in de beraadslagingen over beslissingen die betrekking hadden op het perceel Kapelleriestraat 34. Door zijn aanwezigheid en tussenkomst kon de beklaagde wegen op de beslissingen om een vergunning toe te kennen. Zonder de vergunningen zouden zowel het volledige door hem opgezette project en de verkoop van de Kapelleriestraat 36 niet doorgegaan zijn. Hij kwam als burgemeester ook tussen bij moeilijkheden die bij de ontwikkeling van het project Kapelleriehof waren gerezen.
- De feiten getuigen daarom van een gebrek aan normbesef. Publieke mandatarissen moeten elke schijn van belangvermenging vermijden. Dat is van fundamenteel belang voor het vertrouwen dat de burger in zijn politieke instellingen en in zijn politieke mandatarissen moet kunnen hebben. Dat vertrouwen is essentieel in een democratische maatschappij, maar is allesbehalve een eeuwigdurende verworvenheid.
- Het blanco strafverleden van de beklaagde.
De beklaagde kan tegen dit vonnis in beroep gaan.
Het geanonimiseerde vonnis vindt u hieronder.