Beklaagde veroordeeld wegens belaging, bedreiging en valse berichtgeving
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk heeft een beklaagde veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur en een geldboete van 1.600 euro wegens diverse feiten van belaging, bedreiging, valse berichtgeving, kwaadwillig gebruik van elektronische communicatiemiddelen, beschadiging van andermans onroerende goederen en smaad.
Feiten
Op 31 maart 2023 legden drie leden van een gezin uit Kortrijk een klacht met burgerlijke partijstelling neer tegen onbekenden.
De gezinsleden verklaarden dat zij sinds mei 2023 het slachtoffer werden van anonieme geweldplegers die met ijsblokken, stenen en keien naar hun woning gooiden. Er zouden ook schoten zijn gelost richting hun woning. Daarnaast waren er ook problemen met de multimedia apparaten in de woning. Op 14 en 15 maart 2023 verschenen op het televisietoestel verschillende bedreigende berichten.
Doorheen het onderzoek kwamen verschillende elementen aan het licht die sterk deden vermoeden dat een lid van het gezin (met name de zoon des huizes, zijnde de beklaagde) zelf aan de oorzaak van de overlast lag. Hiermee geconfronteerd, erkende de beklaagde via zijn gsm-toestel muziek en boodschappen te hebben gestreamd op het televisietoestel van zijn gezin. Hij deed dit omdat zijn familie in angst leefde en wanneer hij berichten naar het televisietoestel stuurde, de politie kon worden gebeld en ze veilig waren. Hij ontkende stenen of andere projectielen naar de woning te hebben geworpen of kogelinslagen te hebben geveinsd.
Beoordeling schuldvraag
Op basis van de elementen in het strafdossier is niet met voldoende zekerheid bewezen dat de beklaagde betrokken was bij het gooien van stenen of andere projectielen naar de woningen in Kortrijk. Niemand heeft de beklaagde zien gooien met stenen of andere projectielen. Daarnaast worden verschillende verklaringen voorgelegd waarin getuigen aangeven dat de beklaagde in hun nabijheid was op momenten dat er met stenen of andere projectielen werd gegooid.
Anderzijds, wat betreft de schoten in de richting van de woning bevat het strafdossier verschillende elementen die voldoende gelijklopende en zwaarwichtige vermoedens opleveren dat de beklaagde op verschillende momenten met een borstelstok kogelinslagen heeft geveinsd. Zo werd onder meer schade vastgesteld aan de binnenzijde van het dak van de veranda, waarvoor de beklaagde, noch de andere familieleden een aannemelijke verklaring konden geven. Er werd ook verwezen naar verschillende verklaringen en vaststellingen van de betrokken agenten van PZ VLAS.
Dit indachtig verklaarde de rechtbank de volgende tenlasteleggingen bewezen:
- valse berichten door eender welke gedraging over gevaar voor aanslagen op personen of eigendommen waarop criminele straffen zijn gesteld, namelijk door hacking van televisie in scène te zetten waarbij diverse bedreigingen werden geuit ten aanzien van politieagenten en zijn gezinsleden;
- bedreigingen bij naamloos of ondertekend geschrift zonder bevel of voorwaarde met aanslagen op personen of eigendommen waarop criminele straffen zijn gesteld, namelijk door bedreigingen te uiten ten aanzien van politieagenten en zijn gezinsleden via het televisiescherm;
- belaging;
- kwaadwillig gebruik van elektronische communicatiemiddelen;
- beschadiging van andermans onroerende eigendommen;
- bedreigingen door gebaren of zinnebeelden met aanslagen op personen of eigendommen waarop criminele straffen zijn gesteld, namelijk door in scène te zetten dat de buurt geterroriseerd werd door een derde, onder meer door kogelinslagen te ensceneren;
- smaad aan ministeriële ambtenaren en agenten.
Strafmaat
De rechtbank veroordeelde de beklaagde tot een werkstraf van 120 uur en een geldboete van 1.600 euro. Indien de werkstraf niet of niet correct wordt uitgevoerd, wordt deze vervangen door een gevangenisstraf van tien maanden.
Bij het bepalen van deze straf en strafmaat hield de rechtbank onder meer rekening met:
-
De aard, ernst van de feiten en de omstandigheden waarin deze werden gepleegd. Door zijn houding bezorgde de beklaagde de slachtoffers angst, stress en machteloosheid. Zijn houding ondermijnde hun gevoel van veiligheid. Zelfs volgens zijn eigen visie, waarin hij beweerde een oplossing te zoeken voor de onrust, bereikte hij het tegenovergestelde: hij creëerde een klimaat van angst en ongerustheid. Bovendien stelde hij zich daarmee oneerbiedig op tegenover de agenten van PZ VLAS.
-
Het berokkende nadeel aan de slachtoffers en aan de maatschappij, waar aanzienlijke mensen en middelen moesten worden ingezet om de overlastproblematiek onder controle te krijgen.
-
Het blanco strafverleden en de actuele sociale, familiale en financiële situatie van de beklaagde.
-
Via een werkstraf bewijst de beklaagde een dienst aan de maatschappij die hij benadeelde door zijn gedrag. Tegelijk legt deze bestraffing geen hypotheek op zijn verdere professionele toekomst en vermijdt ze een sociale declassering. De opgelegde geldboete compenseert enigszins de maatschappelijke schade die de beklaagde met zijn handelingen veroorzaakte.
Op burgerlijk gebied
De burgerlijke partijstelling van PZ VLAS werd ontvankelijk, maar ongegrond verklaard.