Leraar veroordeeld wegens aantasting van de seksuele integriteit
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge heeft een leraar veroordeeld wegens aantasting van de seksuele integriteit van diverse leerlingen. Er werd een gevangenisstraf van 10 maanden met uitstel voor een termijn van 3 jaar en een boete van 2.400 euro opgelegd. De leraar verliest ook zijn burgerrechten voor een periode van 5 jaar. De rechtbank meent dat minstens het bij kinderen masseren van de ruggengraat en wrijven over de buik, beiden onder de kledij, een seksuele handeling uitmaakt waarbij het algemene eerbaarheidsgevoel wordt gekrenkt.
Feiten
In februari 2022 dienden diverse ouders een klacht in tegen de schoolleraar. De leraar zou de kinderen meermaals hebben gemasseerd en soms een kus hebben gegeven op de wang. Hij zou ook naar het toilet gaan in de meisjestoiletten.
De beklaagde verklaarde dat hij een affectieve band wou opbouwen met de kinderen, die net uit de kleuterklas kwamen. Hij verklaarde de volgende handelingen te hebben gesteld: het masseren van de schouders en de ruggengraat (zowel boven als onder de kledij), het geven van een kus op de wang, het geven van een kus op de haarkruin en het geven van knuffels. Hij ontkende manifest dat hij in de broek van een leerlinge kwam, hij andere kinderen over hun achterwerk wreef en dat leerlingen zijn knie moesten kussen. In verband met het toiletbezoek verklaarde de beklaagde dat hij inderdaad meeging, maar wel aan de deur van het sanitaire blok bleef staan.
Tenlastelegging en beoordeling schuldigverklaring
De beklaagde werd aantasting van de seksuele integriteit van verschillende kinderen ten laste gelegd. De rechtbank hield bij haar beoordeling onder andere rekening met volgende elementen:
- Het is niet bewezen dat de volgende handelingen hebben plaatsgevonden: het wrijven over het achterwerk, het in de broek gaan door de beklaagde of het zoenen van de knie van beklaagde. Dat blijkt niet eenduidig uit de audiovisuele verhoren van de kinderen en er zijn geen getuigen of camerabeelden. Het is vanzelfsprekend dat het meegaan naar het toilet om toezicht te houden in de geschetste omstandigheden niet onder de tenlastelegging aanranding van de eerbaarheid valt.
- De rechtbank meent dat minstens het masseren van de ruggengraat en het wrijven over de buik, beiden onder de kledij, van kinderen een seksuele handeling uitmaakt waarbij het algemene eerbaarheidsgevoel wordt gekrenkt, in het bijzonder gelet op de omstandigheden van de ten laste gelegde feiten (zijnde als leerkracht ten aanzien van leerlingen in het eerste leerjaar waarbij er een groot leeftijdsverschil is en dit in een klasgroep). Het gegeven dat de kinderen dit leuk vonden, doet geen afbreuk aan het strafbaar karakter. Gelet op hun leeftijd kunnen deze kinderen immers geen toestemming verlenen tot dergelijke handelingen.
- De beklaagde heeft de handelingen bewust en met kennis van zaken gesteld. Dit geldt des te meer voor de feiten die plaatsvonden na het evaluatiegesprek in 2019 waarbij beklaagde werd gewaarschuwd.
Strafmaat en schadevergoedingen
De correctionele rechtbank veroordeelde de beklaagde tot een gevangenisstraf van 10 maanden met uitstel voor een termijn van 3 jaar en een boete van 2.400 euro. Hij verliest ook zijn burgerrechten voor een periode van 5 jaar. Aan de verschillende burgerlijke partijen moet de beklaagde in totaal een schadevergoeding van 5.800 euro en een rechtsplegingvergoeding van 3.767,44 euro betalen.
Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank onder andere rekening met volgende elementen:
- De aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waarin deze werden gepleegd. Hierbij heeft de beklaagde de fysieke, seksuele en psychische integriteit van de kinderen miskend.
- Uit het verslag van de gerechtsarts blijkt dat het risico op recidive laag tot matig is. Er is geen psychopathologie, er zijn geen aanwijzingen voor pedofilie, pedofiele seksuele gevoelens, fantasieƫn of opwinding. Vanuit klinisch psychiatrisch standpunt zijn er onvoldoende argumenten om te stellen dat beklaagde een psychoseksuele delinquent is.
- De beklaagde kreeg reeds in 2019 tijdens een evaluatiegesprek een waarschuwing, maar legde deze naast zich neer. De rechtbank meent dat het verlenen van de gunst van de opschorting dan ook een onvoldoende sterk signaal zou zijn tot het bekomen van gedragsverbetering, en op deze manier onvoldoende zou bijdragen aan het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht.
- De rechtbank kan niet ingaan op het verzoek van de beklaagde tot het opleggen van een werkstraf. De wet verhindert immers het opleggen van een werkstraf voor deze tenlastelegging.
- Het blanco strafverleden van de beklaagde.
- De rechtbank legt geen bijkomende ontzetting op in toepassing van oud artikel 382bis Strafwetboek (waaronder het recht om deel te nemen aan onderwijs aan minderjarigen). Het openbaar ministerie heeft deze straf ook niet gevorderd. De uitgesproken straffen, die allen op zijn strafregister zullen verschijnen, zijn afdoende. Dergelijke ingrijpende bijkomende bestraffing die vergaande gevolgen en ongewenste neveneffecten kan hebben op het leven van de beklaagde dient proportioneel en als ultimum remedium ingezet te worden. Dat zou hier niet het geval zijn. De rechtbank houdt hierbij ook rekening met het doktersverslag, de resultaten van de huiszoeking en de analyse van de gegevensdragers, waaruit blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor pedofilie. De rechtbank is niet de tuchtrechtelijke overheid en neemt enkel een beslissing op strafrechtelijk gebied. De scholengroep is burgerlijke partij en kan met kennis van zaken beslissingen nemen over het eventueel toekomstig takenpakket van beklaagde zonder dat hiervoor een dergelijke ontzetting binnen het strafrechtelijk kader dient uitgesproken te worden.