Twee beklaagden veroordeeld wegens voorbereiding van een terroristische aanslag en een derde beklaagde veroordeeld wegens deelname aan de activiteiten van een terroristische groep
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge heeft twee mannen veroordeeld voor het voorbereiden van een terroristische aanslag. Een derde man werd veroordeeld voor deelname aan de activiteiten van een terroristische groep. Allen waren lid van terroristische chatgroepen waarin werd aangezet tot terroristische aanslagen en waarbij terroristische aanslagen werden voorbereid. De rechtbank werd evenwel niet gevat voor de periode waarin deze chatgroepen actief waren, zodat verschillende vrijspraken zich opdrongen.
De chatgroepen: de vrijspraken
De drie beklaagden waren lid van de Dawlat Groep (vrij vertaald: Islamitisch land). Uit de inhoud van de chatberichten blijkt dat het om terroristische groep gaat gericht op het aanzetten tot terroristische aanslagen. De leden geven aan zelf jihad te doen op hun 20-22 jaar, een wapen of een mes te gebruiken in het gevecht en zich op te blazen. Er wordt ook gesproken over het bombarderen van een school, het een voor een onthoofden van ongelovigen en strijden tot er geen ongelovigen meer bestaan. De groep bevat ook extreme videobeelden, onder andere van executies. Tweede en derde beklaagde waren lid van chatgroep |D I B|. Ook deze chatgroep is een terroristische groep waarbij werd aangezet tot terroristische aanslagen, zoals onder meer blijkt uit de verspreiding van videomontages met IS-propaganda en het feit dat de leden jihadplannen hadden.
Het eerste chatbericht in de Dawlat Groep werd gestuurd op 24 september 2022, het laatste bericht op 2 februari 2023. De chatgroep |D I B| was actief vanaf 28 mei 2023 tot en met 18 juni 2023. De rechtbank kan maar uitspraak doen over de periode waarvoor ze werd gevat, met name de periode van 6 oktober 2023 tot en met 9 juli 2024. De groepen waren in die periode niet actief. Op grond hiervan kunnen beklaagden niet worden veroordeeld. Eerste en tweede beklaagde werden vrijgesproken voor de tenlasteleggingen deelname aan activiteiten van een terroristische groep en alle beklaagden werden vrijgesproken voor openbare aanzetting tot het plegen van een terroristische aanslag. De voorbereiding van een terroristische aanslag door derde beklaagde blijkt enkel uit de chatberichten in de Dawlat Groep in een periode waarvoor de rechtbank niet gevat is, zodat de derde beklaagde ook hiervoor wordt vrijgesproken.
De telefonietap: deelname aan activiteiten van een terroristische groep door derde beklaagde en voorbereiding van een terroristische aanslag door eerste beklaagde
Een telefonietap toont wel aan dat derde beklaagde op 7 mei 2024 samen met een groep anderen op structurele manier nieuwe leden ronselde, waarbij eerst de fundamenten van de Islam werden geleerd en later de Jihad. Deze rekrutering vormt eveneens een misdrijf van deelname aan een terroristische groep. Derde beklaagde is hierdoor wel schuldig aan deelname aan activiteiten van een terroristische groep.
Uit een telefoniegesprek van 12 december 2023 en berichten van 12 januari 2024 blijkt dat eerste beklaagde actief op zoek was naar een dodelijk wapen en dat hij terroristische motieven had (nu hij aangaf in de zomer te zullen komen, ze opschudding zullen veroorzaken, en er sprake was van “allemaal doden”, terwijl ook in zijn gsm notities stonden met manieren om Jihad te steunen, martelaar te worden het gezin van een martelaar sponseren en anderen oproepen tot Jihad). Eerste beklaagde is schuldig aan de voorbereiding van een terroristische aanslag.
De uitlezing van de GSM: voorbereiding van een terroristische aanslag door tweede beklaagde
Tijdens de uitlezing van de GSM van de tweede beklaagde werd een video gevonden van 12 september 2023 waarbij rechtsboven in beeld de vlag van IS te vinden is. ln het filmpje wordt stap voor stap uitgelegd hoe explosieven dienen gemaakt te worden. De man toont dit ook voor. Zolang tweede beklaagde deze video ter beschikking had, kon hij deze op eender welk moment raadplegen, waardoor er dus sprake is van een voortdurend misdrijf. Tweede beklaagde had terroristische motieven, zoals blijkt uit foto’s met de groet met 1 vinger, video’s van bommen, van personen met wapens en van personen dewelke vastgebonden en vermoord waren, terwijl ook de schriften van tweede beklaagde verwijzen naar IS en sympathie voor deze terreurgroep. Tweede beklaagde is schuldig aan de voorbereiding van een terroristische aanslag.
Straf en motivering
Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank onder andere rekening met volgende elementen:
- Terroristische misdrijven, samen met een aantal andere internationale misdrijven, behoren tot de zwaarste categorie van misdrijven. Terrorisme wordt terecht als een van de meest ernstige schendingen van het beginstel van de rechtstaat beschouwd. Het raakt rechtstreeks de openbare orde en/of de veiligheid en stabiliteit van de samenleving. Het is evident dat de samenleving hier en elders tegen plegers van deze misdrijven beschermd moet worden.
- De natuurlijke evidentie in hoofde van de beklaagden om deel te nemen aan de activiteiten van terrorisme, hetgeen wijst op een gebrekkige gedragscontrole en een asociale ingesteldheid.
- Het blanco strafrechtelijke verleden van de beklaagden en hun jeugdige leeftijd.
De eerste beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met probatie-uitstel voor een termijn van 5 jaar (met uitzondering van de reeds ondergane voorhechtenis die effectief is), en een geldboete van 1.200 euro waarvan de helft met probatie-uitstel. Een van de probatie-voorwaarden is zijn opleiding verder zetten en/of vast werk behouden, minstens niet door eigen toedoen zijn werk verliezen en, in geval van onvrijwillige werkloosheid, ernstige inspanningen leveren om op korte termijn opnieuw vast werk te vinden en inmiddels regelmatig werken via interimbureaus.
De tweede en derde beklaagden werden elk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden en een geldboete van 1.200 euro. Probatievoorwaarden zouden opportuun zijn om beklaagden het wederrechtelijk karakter van de feiten te doen inzien en hen ervan te weerhouden om de in toekomst gelijkaardige feiten te plegen. Omdat de beklaagden zich hiermee niet akkoord verklaarden, kan de rechtbank deze niet opleggen.