31/03/2026

De correctionele rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk heeft 26 beklaagden veroordeeld wegens hun aandeel in een dossier van phishing. 24 beklaagden werden veroordeeld wegens hun rol als ‘money mule’: door hun bankkaart en pincode beschikbaar te stellen aan derden, maakten ze het mogelijk dat hun rekeningen werden gebruikt voor criminele doeleinde. Zo leverden ze een noodzakelijke bijdrage aan feiten van oplichting en witwassen. Twee beklaagden werden veroordeeld wegens hun rol bij de verkoop van gsm-toestellen die waren aangekocht met geld van het slachtoffer.

Feiten en strafrechtelijk onderzoek

Op 22 april 2023 werd een schildersbedrijf uit Deerlijk het slachtoffer van phishing. Een voormalig aandeelhouder van de vennootschap had een bancaire volmacht over de rekeningen van het bedrijf. Op 22 april 2023 ontving zij een e-mailbericht dat afkomstig leek van BNP Paribas Fortis, met daarin een link en het verzoek om een aantal persoonlijke gegevens aan te vullen en te actualiseren. Ze drukte op de link en trachtte een aantal gegevens aan te vullen, maar kreeg de melding dat dit niet gelukt zou zijn. Kort daarop werd zij gebeld door een onbekend nummer, waarbij de oproeper zich voordeed als een medewerker van Card Stop en aangaf dat er zogezegd verdachte transacties plaatsvonden op de bankrekeningen van het bedrijf. Hij deelde mee welke stappen de voormalige aandeelhoudster moest ondernemen om de zogenaamd verdachte transacties te blokkeren. Zij verrichtte daarbij onder meer een aantal authenticaties met haar KBC-kaartlezer en voerde ook een link in op de adresbalk van haar computer. 

Na dit telefoongesprek, dat twee uur duurde, stelde de vertegenwoordiger van de vennootschap vast dat er een heel aantal niet-toegestane banktransacties waren gebeurd op de bedrijfsrekeningen. Er werd in totaal 78.800 euro overgeschreven van de spaarrekening naar de zichtrekening van de vennootschap. Vanaf de zichtrekening gebeurden in totaal 56 overschrijvingen naar verschillende Belgische rekeningnummers en dit voor een totaalbedrag van 129.754 euro. De niet-toegestane verrichtingen werden allen uitgevoerd tijdens de duur van het telefoongesprek en telkens ging het om een bedrag tussen 2.000 en 2.500 euro. De vele bedragen kwamen op bankrekeningen van de beklaagden terecht. Nog dezelfde dag werd het merendeel van de overgeschreven gelden in contanten afgehaald of gebruikt voor aankopen.

Op de rekening van één van de beklaagden kwam ook geld van een ander slachtoffer terecht. Deze rekening werd geblokkeerd voordat dit geld ervan kon verdwijnen.

Tenlasteleggingen

In totaal moesten 28 beklaagden zich verantwoorden voor de rechtbank voor:

  • omzetting of overdracht van criminele vermogensvoordelen om de illegale herkomst te verbergen (het tweede witwas-misdrijf)
  • verbergen van de aard, oorsprong en vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van criminele vermogensvoordelen (het derde witwas-misdrijf)
  • oplichting

Beoordeling schuldvraag

De rechtbank oordeelde de feiten bewezen in hoofde van 24 beklaagden. Door hun bankkaart en pincode beschikbaar te stellen aan derden, maakten deze beklaagden het als ‘money mule’ of ‘geldezel’ mogelijk dat hun rekeningen werden gebruikt voor criminele doeleinden. Ze leverden zo een noodzakelijke bijdrage aan de feiten van oplichting en witwassen.

Twee beklaagden werden alleen schuldig bevonden aan witwassen. Zij waren betrokken bij de verkoop van de gsm-toestellen die met geld van het slachtoffer waren aangekocht.

Vrijspraak voor twee beklaagden

De derde beklaagde verwittigde zelf meteen het slachtoffer van zodra hij de verdachte transacties op zijn rekening vaststelde. Ook met de politie was er contact. Deze houding strookt niet met deze van een persoon die wetens en willens betrokken is bij de feiten. De rechtbank achtte het bijgevolg niet bewezen dat de derde beklaagde wetens en willens zijn bankrekening ter beschikking van derden zou hebben gesteld.

Ook de schuld van de dertiende beklaagde achtte de rechtbank niet bewezen. 

Strafmaat

Naast één effectieve gevangenisstraf veroordeelde de correctionele rechtbank 15 beklaagden tot een gevangenisstraf van 6 maanden met uitstel voor een periode van 3 jaar en een geldboete. Aan 10 beklaagden werd een werkstraf opgelegd. Er werd ook telkens een geldbedrag verbeurd verklaard.

Alle beklaagden zijn ook veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen en rechtsplegingvergoedingen aan het schildersbedrijf.

Een volledig overzicht van alle straffen, verbeurdverklaringen en schadevergoedingen per beklaagde vindt u in het addendum onderaan dit persbericht. 

Motivering rechtbank

Bij het bepalen van de schuld en de strafmaat hield de rechtbank rekening met volgende elementen:

  • Diverse beklaagden gaven toe dat ze via sociale media of door derden werden benaderd om hun bankkaart en pincode ter beschikking te stellen. Bij sommige beklaagden zou dit naar eigen zeggen met de bedoeling geweest zijn om snel geld te verdienen via bepaalde opportuniteiten of constructies (bijvoorbeeld beleggingen in cryptomunten). 

  • Het is voor de rechtbank ondenkbaar dat de beklaagden zich niet bewust waren dat hun rekening voor criminele doeleinden zou worden gebruikt. Elke persoon die over normale geestelijke en verstandelijke vermogens beschikt, weet dat je niet op legitieme wijze geld kan verdienen door het ter beschikking stellen van je bankkaart en pincode. Elk weldenkend mens beseft immers dat illegale praktijken en geldoverschrijvingen zullen plaatsvinden als men zijn bankkaart en pincode ter beschikking stelt van een derde die je via sociale media benadert. 

  • De beklaagden gaven door de feiten blijk van een verstoord normbesef en een gebrek aan respect voor andermans eigendomsrecht. De bewezen misdrijven ondermijnen bovendien het vertrouwen dat als sociaal bindweefsel noodzakelijk is in een samenleving.

  • Het strafrechtelijk verleden, de leeftijd en de huidige sociale, familiale en professionele situatie van sommige beklaagden.
  • Hoewel voor bepaalde beklaagden een werkstraf een passende straf kon zijn, stemden zij daarmee op de zitting niet in. In die gevallen kon de rechtbank dus geen werkstraf opleggen. 

* Naast een schadevergoeding van 2.012 euro, moet de elfde beklaagde in solidum met de twaalfde en de veertiende beklaagde een schadevergoeding van 2.298 euro betalen.