02/10/2026

Het hof van beroep Antwerpen veroordeelt Telenet voor oneerlijke marktpraktijken door het gebruik van de term ‘fiber’ voor producten die niet helemaal op glasvezel gebaseerd zijn, en deels andere technologieën bevatten, zoals coax. Het hof legt Telenet een verbod in die zin op en koppelt dat aan dwangsommen.

Proximus, de geïntimeerde, is bezig met de uitrol van een glasvezelnetwerk, dat mogelijk maakt dat de particuliere dan wel professionele afnemer beschikt over een glasvezelverbinding tot aan de eigen modem (‘fibre to the home’ - FTTH). De appellant, Telenet, beschikt over een (historisch) glasvezelnetwerk waarbij de laatste tientallen tot honderden meters bestaan uit coaxverbindingen (‘hybrid fiber coax’ - FCH). Zij is ook begonnen met het uitrollen van een FTTH-netwerk maar staat hierin nog niet zo ver als Proximus.

Proximus neemt aanstoot aan het gebruik door Telenet van de term ‘fiber’, ‘fibersnel’, ‘fibersnelheden’, ‘fiber dat heb jij al’, ‘je surft bij ons altijd al via fiber’ enzovoort. Proximus vroeg de ondernemingsrechtbank om vast te stellen dat Telenet zich bezondigt aan oneerlijke marktpraktijken en om dwangsommen op te leggen bij nieuwe inbreuken. De ondernemingsrechtbank heeft uitspraak gedaan in deze zaak bij een vonnis van 4 februari 2026. 

De rechtbank veroordeelde daarbij Telenet. Zij stelde vast dat Telenet, door het gebruik van de termen 'fiber', 'fibre' of 'glasvezel' daar waar haar aanbod betrekking heeft op een HFC-verbinding en niet op een FTTH-verbinding, zowel de consument als ondernemingen misleidt over beslissingen die zij anders misschien niet hadden genomen, en zo de eerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen schendt ten aanzien van Proximus. De rechtbank veroordeelde dan ook Telenet tot dwangsommen met een maximum van 1 miljoen euro:

  1. € 2.500,00 per individueel exemplaar van brief, e-mail, enz.

  2. € 25.000,00 per individuele (al dan niet digitale) affiche, en 

  3. € 100.000,00 per webpagina of online post, radiospot of video per begonnen dag.

Tegen deze uitspraak ging Telenet in beroep op 5 maart 2026 en verzocht het hof om de eis van Proximus ongegrond te verklaren, of het gebruik van de termen deels toe te staan (bijvoorbeeld de combinatie tussen fiber en coax) of de dwangsommen te verminderen.  

Proximus herhaalde de vordering die het eerder in eerste aanleg stelde. Proximus is van oordeel dat het gebruik van de term ‘fiber’ of samenstellingen daarmee zoals ‘fibersnel’ en ‘fibersnelheden’, door Telenet, misleidend is. Door deze producten te commercialiseren met gebruik van deze termen wordt volgens haar de onjuiste indruk gewekt dat de aangeboden producten en diensten gebruik maken van een fibernetwerk en dat de klant kan genieten van alle voordelen, minstens de snelheden, van een netwerk dat 100% uit fiber bestaat.

Proximus meent dan ook dat consumenten en ondernemingen misleid worden over de aard en de kwaliteiten van de producten en diensten die Telenet aanbiedt  en consumenten hierdoor beïnvloed worden  in hun aankoopbeslissing.

Het hof van beroep heeft uitspraak gedaan en een arrest verwezen op 30 september 2026. 

Het hof is van oordeel dat de gemiddelde consument die een product met de naam “fiber” ziet,  er van uitgaat dat dit een fibernetwerk betreft en/of (minstens) over die kwaliteiten beschikt. Het vermelden van deze term heeft dan ook een grote impact op de aankoopbeslissing van de consument en appellante speelt daar op in.

Het hof stelt vast dat Telenet een oneerlijke marktpraktijk stelt door de termen “fiber” en “fibre”, “glasvezel”  te gebruiken voor het aanbod dat geen betrekking heeft op een netwerk dat 100% uit fiber bestaat, zonder duidelijk en leesbaar in dezelfde visualisatie of audio aan te geven dat dit een “coaxnetwerk” of een “kabelnetwerk” of een “hybride fiber coax netwerk” betreft dat niet volledig uit fiber bestaat. Het hof oordeelde eerder al in deze zin in een eerder arrest tussen Orange Belgium en Proximus.

Het hof beveelt de stopzetting van deze praktijk en legt Telenet een verbod op om in haar productbenaming, in productbeschrijvingen, reclames of informatie (in welke vorm ook) de term “fiber”, “fibre”, “glasvezel” te gebruiken wanneer dit geen betrekking heeft op een netwerk dat volledig uit fiber bestaat. De term kan wel gebruikt worden, met verduidelijking of voor producten waar er wel sprake is van ‘Fibre to the home’ - FTTH. Daarmee hervormt het hof ook deels het vonnis van de ondernemingsrechtbank dat naar de inschatting van het hof te ver ging in het totale verbod op het gebruik van de term ‘fiber’.

Het hof legt dezelfde dwangsommen op als eerder bij vonnis van de ondernemingsrechtbank. Hierbij merkt het hof op dat het plafond van 1 miljoen euro proportioneel en voldoende afschrikwekkend is.

 

 

  1. ^ in strijd met artikel VI.95 juncto artikel VI.94,1° en VI.97, 1° en 2° en VI.104 WER en met artikel VI.104/1, 1 ° juncto artikel VI.105 WER