08/05/2026

De correctionele rechtbank van Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde heeft het vonnis, op strafgebied, bevestigd dat vorig jaar door de politierechtbank werd uitgesproken tegen een ex-schepen, die een dodelijk verkeersongeval had veroorzaakt terwijl hij te snel reed en onder invloed van alcohol was. 

Feiten

Op 4 oktober 2023 omstreeks 23.19u vond een dodelijk verkeersongeval plaats in de Aalststraat te Oudenaarde. Een chauffeur reed er een fietser aan die de Aalststraat wou oversteken. Het slachtoffer, op het ogenblik van de feiten 22 jaar oud, kwam als gevolg van de aanrijding om het leven. 

Volgens de aangestelde verkeersdeskundigen was er sprake van onaangepaste snelheid (75 kilometer per uur in plaats van de toegestane 50 kilometer per uur). Bovendien was de bestuurder onder invloed van alcohol (een te hoge alcoholconcentratie van 0.57 mg/l).

De beklaagde reed wel op een voorrangsweg. De fietser had dus bij het oversteken van de Aalststraat voorrang moeten verlenen. De fietser had bovendien een slechte fietsverlichting, droeg zwarte kledij en reed met een hoofdtelefoon op. Hij had ook een strafbare hoeveelheid cannabis in zijn bloed. 

Strafmaat politierechtbank

De beklaagde werd op 27 april 2025 door de politierechtbank in Oudenaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden met uitstel voor een termijn van drie jaar, en een geldboete van 4.000 euro waarvan 2.000 euro met uitstel voor een termijn van 3 jaar. De beklaagde werd ook vervallen verklaard van het recht tot het besturen van alle motorvoertuigen voor een termijn van 1 jaar, waarvan 6 maanden met uitstel voor een termijn van 3 jaar. 

De beklaagde en zijn verzekeringsmaatschappij moesten aan de burgerlijke partijen een schadevergoeding van 100.853 euro (onder aftrek van de reeds betaalde provisie van 19.473 euro) en een rechtsplegingvergoeding van 3924,42 euro betalen. 

Zowel de beklaagde als het openbaar ministerie gingen tegen dit vonnis in beroep.

Beoordeling in beroep door de correctionele rechtbank in Oudenaarde

Volgens de correctionele rechtbank heeft de politierechtbank een passende en correcte straf opgelegd (gevangenisstraf, geldboete en verval van het recht tot sturen), rekening houdend met de ernst van de feiten en de persoonlijkheid van de beklaagde.

Er is wel een aanpassing op burgerlijk gebied. De toegekende schadevergoeding, waartoe de beklaagde en zijn verzekeraar gehouden zijn, werd herleid tot 70.853 euro (onder aftrek van de reeds betaalde provisie van 19.473 euro en 1.907 euro). Zij moeten ook een rechtsplegingvergoeding van 3.139,53 euro per aanleg betalen.

Deze herleiding heeft betrekking op de morele schade, waarbij de rechtbank het toegekende bedrag heeft herleid naar wat zij gebruikelijk in gelijkaardige gevallen toekent. Deze herleiding betekent niet dat de rechtbank het (onmetelijk) moreel leed van de ouders daarom lager inschat.

Motivering rechtbank

Bij de beoordeling van de schuldvraag en het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank onder andere rekening met volgende elementen:

  • Zowel het rijden aan onaangepaste snelheid als het rijden na overdadig alcoholgebruik getuigen van een maatschappelijk onaangepast gedrag, gelet op het stijgend gevarenrisico op ongevallen. De beklaagde vormde op die manier een belangrijk gevarenrisico, zowel voor zichzelf als in het bijzonder voor het jonge slachtoffer. Dit leidde tot een bijzonder dramatisch ongeval, met onherstelbare schade en onnoemelijk leed als gevolg.  

  • Het blanco strafregister van de beklaagde. Hij gaf blijk van schuldbesef en volgde inmiddels al een alcoholproject via het CGG. Er is stabiliteit op vlak van zijn verschillende levensgebieden.

  • Er waren onvoldoende redenen om de beklaagde de gevraagde gunst van de opschorting van uitspraak te verlenen. Dat de beklaagde als gekende en populaire lokale politicus reeds onrechtstreeks zou zijn bestraft - door de weergave van de feiten van het ongeval in de pers, die ervaren werden als een ‘publieke schandpaal’ - is niet van aard om de rechtbank anders te doen besluiten.

  • De rechtbank zag ook geen redenen om aan de beklaagde een gevraagde werkstraf op te leggen. De rechtbank oordeelt dat een werkstraf in dit geval niet opportuun is, omdat ze - in tegenstelling tot de opgelegde gevangenisstraf, geldboete en rijverval - niet kan worden gekoppeld aan een proeftermijn. En deze proeftermijn is in dit geval noodzakelijk met het oog op maximale preventie en het voorkomen van recidief gedrag.

  • De rechtbank zag geen bijzondere reden om de gevangenisstraf te verhogen, zoals het openbaar ministerie verzocht. Maar een grotere mildheid tonen dan de politierechtbank zou dan weer de beklaagde onvoldoende aanzetten tot meer verantwoordelijkheidszin, discipline en respect voor de rechtsregels. Het zou de beklaagde ook onvoldoende confronteren met het onaanvaardbaar karakter van zijn handelen en hem er niet toe aanzetten om zich in de toekomst te onthouden van het plegen van dergelijke feiten.