20/01/2026

De rechtbank van eerste aanleg Leuven heeft vandaag een beklaagde veroordeeld voor onder meer poging tot doodslag op een politieagent en voor het opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen waardoor drie agenten arbeidsongeschikt raakten. Aan 13 politieagenten moet deze beklaagde ook een burgerlijke schadevergoeding betalen van in totaal meer dan 25.000 euro. De feiten houden verband met een uit de hand gelopen controle door de politie op 8 december 2023, die begon in Holsbeek.

Feiten 

Op 8 december 2023 omstreeks 15.45 uur merkte een ploeg van de politiezone Leuven een voertuig Opel Corsa op in Holsbeek. Het voertuig werd in verband gebracht met vermoedelijke inbreuken op de drugswetgeving. De agenten besloten het bewuste voertuig discreet te volgen in afwachting van bijstand van collega’s. 

Verschillende ploegen van de politiezone Leuven verzamelden zich op de autosnelweg E314 ter hoogte van een tankstation te Rotselaar, met de bedoeling over te gaan tot controle van het voertuig. Ondanks duidelijke signalen van de politie (waaronder zwaailichten, sirenes en armgebaren) versnelde het voertuig plots en vluchtte het richting Nederland (tenlastelegging B: gewapende weerspannigheid).

De achtervolging verliep over een aanzienlijke afstand, waarbij snelheden oplopend tot 180 kilometer per uur, werden gehaald. Het voertuig Opel Corsa reed volgens de achtervolgende politieploegen herhaaldelijk over de pechstrook en voerde gevaarlijke manoeuvres uit, waardoor andere weggebruikers en politievoertuigen in gevaar werden gebracht (tenlastelegging C: kwaadwillige belemmering van het verkeer). 

Ter hoogte van de afrit Houthalen-Helchteren verliet het voertuig de autosnelweg via de berm en vervolgde zijn weg op de Grote Baan (N74), waar het door een rood verkeerslicht reed en gebruik maakte van het fiets- en voetpad om zijn vlucht voort te zetten. Minstens één politieagent moest opzij springen om niet aangereden te worden (tenlastelegging A: poging doodslag). 

Vervolgens keerde het voertuig Opel Corsa en reed terug richting E314, waarbij het tijdelijk tegen de rijrichting in reed. Op de E314 richting Brussel probeerde de Federale Wegpolitie het voertuig tot stilstand te brengen, hetgeen leidde tot een kettingbotsing waarbij meerdere politievoertuigen betrokken waren (tenlastelegging F: het vernielen met geweld van andermans roerende goederen). Na deze aanrijding zette het voertuig Opel Corsa zijn vlucht nog verder.

Uiteindelijk kon het voertuig omstreeks 16.37 uur op de E313 ter hoogte van Olen worden klemgereden en tot stilstand worden gebracht. De beiden inzittenden werden gearresteerd. Een raam van het voertuig werd ingeslagen om hen uit het voertuig te verwijderen. Op het ogenblik van de arrestatie zat 'beklaagde 2' achter het stuur van het voertuig Opel Corsa, 'beklaagde 1' was zijn passagier.

Tijdens de volledige achtervolging liepen meerdere politieagenten verwondingen op (tenlastelegging G: vluchtmisdrijf). Drie van hen waren daardoor enkele dagen tot zelfs maanden arbeidsongeschikt (tenlasteleggingen D en E: het opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen aan politieagenten, met arbeidsongeschiktheid tot gevolg).

Oordeel rechtbank

'Beklaagde 1'

'Beklaagde 1' wordt vrijgesproken voor alle hem ten laste gelegde feiten. 

De rechtbank stelt vast dat 'beklaagde 1' gedurende de ganse achtervolging passagier was in het vluchtende voertuig Opel Corsa. Zelf verklaarde 'beklaagde 1' dat hij 'beklaagde 2' meermaals zou hebben aangemaand om in te gaan op de bevelen van de verschillende politieploegen om het voertuig aan de kant te zetten. 

De rechtbank is van oordeel dat 'beklaagde 1', als passagier van het vluchtende voertuig, geen invloed kon uitoefenen op het rijgedrag van de chauffeur. De reeks aan inbreuken die werden gepleegd tijdens de ganse achtervolging kunnen niet aan hem worden toegeschreven. Het is bovendien niet uitgesloten dat 'beklaagde 1' 'beklaagde 2' wel degelijk vroeg om te stoppen en de bevelen van de politie op te volgen. 

'Beklaagde 2'

De rechtbank verklaart 'beklaagde 2' schuldig aan:
 

  • poging doodslag ten nadele van een politieagent (tenlastelegging A):

De rechtbank stelt vast dat op de camerabeelden duidelijk te zien is hoe 'beklaagde 2' als bestuurder van het voertuig Opel Corsa te Houthalen-Helchteren doelbewust aan hoge snelheid richting een politieagent reed. Het is enkel door het tijdig wegspringen van deze politieagent dat dramatische gevolgen werden vermeden. 
 

  • gewapende weerspannigheid (tenlastelegging B), het opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen aan politieagenten met arbeidsongeschiktheid tot gevolg (tenlasteleggingen D en E), het vernielen met geweld van andermans roerende goederen (tenlastelegging F) en vluchtmisdrijf (tenlastelegging G):

De rechtbank is van oordeel dat onomstotelijk vaststaat dat 'beklaagde 2' zich op het ogenblik van de feiten op een onverantwoord roekeloze manier in het verkeer begaf. De verschillende aanrijdingen tijdens de achtervolging zijn volgens de rechtbank uitsluitend te wijten aan dit roekeloze rijgedrag.

De in allerijl opgetrommelde politieploegen moesten ingrijpen om het voertuig van 'beklaagde 2' zo snel mogelijk uit het verkeer te halen en zo de veiligheid van andere weggebruikers te garanderen. De agenten handelden in het belang van de openbare veiligheid en wilden verder gevaar voorkomen. Het klemrijden van het vluchtende voertuig Opel Corsa bleek daarbij noodzakelijk.
De schade aan het politievoertuig Volvo V90 en de letselschade van de politieagenten zijn het gevolg van dit noodzakelijk politieoptreden vanwege het uiterst gevaarlijke rijgedrag van 'beklaagde 2'.
 

  • kwaadwillige belemmering van het verkeer (tenlastelegging C): 

De rechtbank stelt vast dat ‘beklaagde 2’ tijdens de volledige achtervolging de bestuurder was van de Opel Corsa, en dat de opgeroepen politieploegen een uur nodig hadden om hem tot stilstand te brengen. Vast staat dat hij tijdens die achtervolging het verkeer op een manier verstoorde die gevaarlijk was voor andere weggebruikers en hen hinderde in hun normale verplaatsingen. Met zijn gedrag bracht ‘beklaagde 2’ bovendien meerdere politiemensen, zijn passagier ‘beklaagde 1’ én zichzelf ernstig in gevaar.

Uitspraak op strafgebied 

De rechtbank veroordeelt 'beklaagde 2' op strafgebied tot:

  • voor de bewezen feiten A, B, C, D, E en F:
    • een gevangenisstraf van vier jaar. Voor het deel van deze straf dat langer is dan de reeds ondergane voorlopige hechtenis geldt een uitstel gedurende een proeftijd van drie jaar. 

      Voorwaarde is wel dat een aantal probatievoorwaarden worden nageleefd, waaronder: geen strafbare feiten plegen; een vast adres hebben; stipt gevolg geven aan de oproepingen van de probatiecommissie; een verbod op het bezit en gebruik van drugs in acht nemen; alle contacten verbreken met personen waarvan hij weet of minstens kan vermoeden dat deze zich inlaten met de handel in drugs of zelfs drugs gebruiken; zijn opleiding voortzetten. 
       

  • voor het bewezen feit G (vluchtmisdrijf):
    • een geldboete van 1.600 euro; 
    • een verval van het recht om alle motorvoertuigen te besturen voor een termijn van één jaar. Na dit rijverbod moet de beklaagde slagen in het theoretisch en praktisch herstelexamen en in de medische en psychologische proeven vooraleer hij opnieuw mag rijden.

Uitspraak op burgerlijk gebied

Op burgerlijk vlak moet 'beklaagde 2' aan 13 politieagenten een schadevergoeding betalen van in totaal 25.957,45 euro (te vermeerderen met de interesten vanaf 8 december 2023 tot op heden). 

De rechtbank stelt ook een arts-deskundige aan, die een van de politieagenten verder zal onderzoeken vooraleer definitief uitspraak te doen over de burgerlijke vordering van deze agent. Deze politieagent was in totaal 9 maanden arbeidsongeschikt. Tot op heden zou hij nog dagelijks de gevolgen ondervinden van de feiten.

Motivering rechtbank

De bewezen feiten zijn bijzonder ernstig en laakbaar. Ze geven blijk van een agressieve ingesteldheid en een gebrek aan normbesef en respect voor het openbaar gezag en voor de fysieke integriteit van anderen.

Ondanks zijn jonge leeftijd werd 'beklaagde 2' reeds vijf keer door de politierechtbank en twee keer door de correctionele rechtbank veroordeeld.  Sinds het moment van de feiten stelt de rechtbank wel een gunstige evolutie vast: 'beklaagde 2' volgt momenteel een opleiding via de VDAB en heeft een vaste woonplaats. Daarom wordt de gevangenisstraf, voor het deel dat de voorlopige hechtenis overstijgt, uitgesproken met probatie-uitstel gedurende een proeftijd van drie jaar. Dit probatie‑uitstel kan worden herroepen bij een nieuw misdrijf of bij niet‑naleving van de opgelegde voorwaarden.