De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen heeft vandaag uitspraak gedaan in een procedure in kort geding die de gemeente Schilde had aangespannen tegen de Belgische Staat, Fedasil en Gezondheidspark Schilde -’s Gravenwezel.
De gemeente vorderde op grond van artikel 19.3 van het Gerechtelijk Wetboek voorlopige maatregelen, in afwachting van de behandeling ten gronde van een milieustakingsvordering. Zij vroeg onder meer een verbod om het betrokken gebouw open te stellen als opvangcentrum voor asielzoekers en een schorsing van bepaalde werkzaamheden en vormen van gebruik.
De rechtbank oordeelt dat de aangevoerde rechten prima facie (op het eerste gezicht) onvoldoende waarschijnlijk zijn om voorlopige maatregelen te verantwoorden. Op basis van de voorliggende stukken en feitelijke elementen stelt de rechtbank vast dat het gebouw historisch werd gebruikt als rusthuis, wat reeds een gemeenschapsfunctie is. De geplande ingebruikname als opvangcentrum voor asielzoekers houdt volgens de rechtbank geen vergunningsplichtige functiewijziging of wijziging van het aantal woongelegenheden in.
Ook met betrekking tot de aangevoerde vergunningsplichten voor installaties en brandveiligheidsmaatregelen ziet de rechtbank geen kennelijke inbreuk die het opleggen van voorlopige maatregelen verantwoordt. Voor een recent vastgestelde stedenbouwkundige inbreuk (plaatsing van een brandtrap) werd intussen reeds een afzonderlijk stakingsbevel opgelegd, zodat bijkomende voorlopige maatregelen niet opportuun worden geacht.
De vordering tot openstelling van het Pater Reygaertspad en de toegang tot de begraafplaats wordt door de rechtbank niet behandeld in dit kader, aangezien deze betwisting geen deel uitmaakt van een milieustakingsvordering. De rechtbank wijst er op dat hierover een afzonderlijke procedure werd opgestart voor de bevoegde vrederechter.
De tegenvordering wegens tergend en roekeloos geding werd ontvankelijk maar ongegrond verklaard.
De beslissing over de gerechtskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak ten gronde.