02/03/2026

De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, sectie familierechtbank, heeft op 27 februari 2026 uitspraak gedaan in vijf zaken van nationaliteitsdossiers van in België geboren kinderen met ouders van Palestijnse origine. 

Op grond van artikel 10 § 1 Wetboek Belgische Nationaliteit is een kind dat geboren is in België en dat geen andere nationaliteit bezit, Belg. Met deze bepaling is België vrij uniek in Europa. Het doel ervan is staatloosheid te vermijden. Op grond daarvan werd in het verleden de Belgische nationaliteit aan de betrokken kinderen, geboren in België, toegekend.

Medio 2024 werden tal van dossiers opnieuw onderzocht. Meerdere ambtenaren van burgerlijke stand beslisten de bij geboorte verleende nationaliteit in te trekken, omdat het kind de Palestijnse nationaliteit had of kon verkrijgen via de nationaliteit van de ouders.

De ouders hebben daarop een procedure tegen de ambtenaar van burgerlijke stand aangevat. Deze procedures zijn gegroepeerd in een aantal themazittingen en op 27 februari 2026 werden de eerste vonnissen uitgesproken.

De familierechtbank Antwerpen vernietigde de beslissingen van de ambtenaren van burgerlijke stand. 

De rechtbank hield daarbij, ondermeer, rekening met:

  • de afwezigheid van een geschreven, gedocumenteerde, wetgeving omtrent de Palestijnse nationaliteit;
  • attesten van de Palestijnse missie in Brussel waarin bevestigd werd dat de betrokken kinderen niet de Palestijnse nationaliteit hadden en ook niet konden verkrijgen zonder naar de Palestijnse gebieden te gaan voor inschrijving in de registers van burgerlijke stand; dit kan niet verwacht worden van Palestijnse ouders met een jong kind en zou ook niet verenigbaar zijn met hun status van erkend vluchteling;
  • geen enkele zekerheid bestaat dat het kind de Palestijnse nationaliteit heeft of op afstand kan verwerven via diplomatieke weg.
  •  

Het Openbaar Ministerie had in het advies binnen de procedure argumenten aangebracht rond een aanzuigeffect en rechtsmisbruik.

De rechtbank is van oordeel dat:

  • een eventueel “aanzuigeffect” zou kunnen samenhangen met de keuze die door de wetgevende macht is gemaakt. De rechterlijke macht dient echter de wettelijke bepaling toe te passen zoals ze vandaag voorligt.;
  • eventueel “misbruik” van de ouders niet aan het kind kan aangerekend worden, omdat de gevolgen van het ontzeggen van de nationaliteit ingaan tegen het belang van het kind en buitensporig zijn omdat ze  het kind in een precaire situatie brengen.

 

 

Luc De Cleir
woordvoerder REA Antwerpen
0472/90.13.56

Luc.DeCleir@just.fgov.be