29/04/2026

Het hof van assisen Oost-Vlaanderen heeft twee beschuldigden schuldig verklaard aan foltering van een 9-jarig jongetje met de dood tot gevolg. Ze werden beiden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 jaar. Daarna blijven beiden 5  jaar ter beschikking gesteld van de strafuitvoeringsrechtbank en worden ze levenslang ontzet uit hun burgerrechten.

Feiten

Op 13 april 2023 werd het lichaam van een 9-jarig jongetje gevonden in het water aan het Houtdok in Gent. Zijn lichaam zat in een sporttas die verzwaard was met stenen. Uit onderzoek bleek dat het kind in de maanden voor zijn dood op heel ernstige wijze werd mishandeld en zware ontberingen heeft moeten lijden.

Verschijning door het hof van assisen

De moeder en de stiefvader van het jongetje moesten zich verantwoorden voor het hof van assisen in Gent. Het proces startte op 23 april 2026 en liep tot en met 29 april 2026.

Beschuldiging en strafmaat 

Na afloop van de getuigenverhoren en de pleidooien verklaarde de jury de twee beschuldigden schuldig aan foltering (zijnde elke opzettelijke onmenselijke behandeling die hevige pijn of ernstig en vreselijk lichamelijk of geestelijk lijden veroorzaakt);

  • met de verzwarende omstandigheid het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige door de moeder en een ander persoon die gezag over hem had (stiefvader). 
  • Met de verzwarende omstandigheid dat het misdrijf werd gepleegd zonder het oogmerk om te doden, maar toch de dood heeft veroorzaakt.     

Het hof van assisen heeft beide beschuldigden hiervoor veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf. Daarna blijven beiden 5  jaar ter beschikking gesteld van de strafuitvoeringsrechtbank. Zij worden ook levenslang ontzet uit hun burgerrechten.

Motivering schuld

De volksjury hield bij het bepalen van de schuldvraag rekening met verschillende elementen:

  • Volgens de uitleg en de verslagen van de psychiaters en de psycholoog blijkt dat beide beschuldigden op het ogenblik van de feiten elk volledig toerekeningsvatbaar waren. Zij leden niet aan een geestesstoornis die hun oordeelsvermogen of de controle over hun daden ernstig heeft aangetast.
  • Beide beschuldigden hebben het jongetje bewust zwaar fysiek en psychisch mishandeld, en dit op uitermate gewelddadige diverse wijzen.
  • Hoewel beide beschuldigden hun eigen aandeel in de feiten trachtten te minimaliseren, bleek uit het onderzoek dat er geen enkele redelijke twijfel was dat beiden een gelijk en onontbeerlijk aandeel hadden – en elkaar zelfs de noodzakelijke hulp verleenden - bij de volgehouden reeks van gruwelijke handelingen en nalatigheden met dodelijke afloop voor een geïsoleerd en weerloos kind. Zo verklaarden de psychiaters en de psycholoog dat de beschuldigden elkaar zelfs versterkt hebben bij de feiten.
  • Beide beschuldigden namen geen enkel initiatief om tijdens de laatste fase van het leven van het kind (die volgens de wetsdokters verschillende dagen duurde) enige medische hulp te zoeken of zelf hulp te bieden aan het reeds totaal verzwakte kind.
  • Uit het verslag van de wetsdokters bleek dat het jongetje stierf aan een ontsteking, waarvan het dodelijke verloop was te wijten aan de volgehouden folteringen ICU, de aldus ontstane leefomstandigheden en een totaal verzwakt lichaam.
  • De bewezen folteringen hebben aldus uiteindelijk de dood tot gevolg gehad, zonder dat vaststaat dat de beschuldigden deze dood hebben gewild.
  • Het geheel, intensiteit en omstandigheden van de gewelddaden getuigen in hoofde van beide beschuldigden van een volledig misprijzen voor het kind. Ze zijn de uitdrukking van een bijzondere haat en minachting voor hem. Dit werd ook nog geïllustreerd door de wijze waarop zij het lichaam in de sporttas hebben geplooid en verzwaard met stenen in het water gooiden. 

Motivering strafmaat

Het hof baseerde zich bij het bepalen van de strafmaat op volgende elementen:

  • De bijzondere ernst en zwaarwichtigheid van de feiten, waarbij de beide beschuldigden telkens opnieuw hun (stief-)kind op totaal verbijsterende en weerzinwekkende manier behandelden. Op laffe wijze gingen zij zich beiden te buiten aan aanhoudende extreme gewelddaden op een onschuldig kind van negen jaar dat nochtans volledig van hen afhankelijk was. 
  • Deze handelingen tarten elke verbeelding en getuigen van een extreme lafheid in hoofde van beide beschuldigden, die dit kleine kind ontmenselijkten tot een voorwerp en met een emotieloze ingesteldheid mishandelden.