10/07/2026

De Belgische strafuitvoeringsrechtbanken uiten de grootste bezorgdheid over het nieuwe wetsontwerp inzake gevangenisoverbevolking. Zij hekelen een ongeziene aantasting van hun onafhankelijkheid, evenals van het grondwettelijk beginsel van de scheiding der machten, een van de fundamenten van onze rechtsstaat. Dit wetsontwerp stelt hen niet langer in staat om hun opdracht naar behoren uit te oefenen of de veiligheid van de burgers te waarborgen.

De strafuitvoeringsrechtbanken zijn bijzonder gevoelig voor de ernstige problemen rond de overbevolking in de Belgische gevangenissen, een gegeven waarmee zij dagelijks worden geconfronteerd. Ze pleiten dan ook vanop de eerste rij voor een structurele, duurzame en doeltreffende oplossing. Maar die ligt alleszins niet in het nieuwe wetsontwerp.

Het ontwerp ligt in het verlengde van de noodwet van 18 juli 2025 en getuigt van het uitblijven van een structureel en globaal antwoord op de problematiek van de gevangenisoverbevolking (advies van de Raad van State). Die noodwet heeft de overbevolking niet verminderd; integendeel, zij is aanzienlijk toegenomen (13.062 gedetineerden op 1 augustus 2025 tegenover 13.734 op 13 mei 2026). De magistraten vrezen dat ook dit nieuwe ontwerp contraproductieve en perverse effecten zal hebben, waardoor de algemene situatie verder zal verslechteren en bovendien bijkomende risico's voor de bevolking zullen ontstaan.

De strafuitvoeringsrechter wordt herleid tot een "stempelrechter van de administratie", die geen toegang meer heeft tot andere dossiergegevens dan het advies van de gevangenisdirectie en, in voorkomend geval, het facultatieve advies van het openbaar ministerie. Hierdoor zal hij niet langer in staat zijn zijn opdracht naar behoren uit te oefenen of de openbare veiligheid afdoende te waarborgen.

Daarnaast voorziet het ontwerp in een automatische en collectieve toekenning van elektronisch toezicht aan veroordeelden tot tien jaar gevangenisstraf zodra zij zich achttien maanden vóór het einde van hun straf bevinden (met uitzondering van enkele uitgesloten categorieën). De rechter zal daarbij geen mogelijkheid meer hebben om individuele voorwaarden op te leggen die de openbare veiligheid kunnen waarborgen, de re-integratie kunnen bevorderen, het recidiverisico kunnen beperken of rekening kunnen houden met de belangen van de slachtoffers.

Deze maatregel zal noodzakelijkerwijs betrekking hebben op de meest complexe profielen, aangezien andere veroordeelden doorgaans reeds vóór dat tijdstip een strafuitvoeringsmodaliteit hebben verkregen. Het ontwerp kent daardoor in feite een "beloning" toe aan personen die geen inspanningen hebben geleverd om hun re-integratie voor te bereiden, bij wie eerdere modaliteiten werden herroepen of die een disciplinair dossier in de gevangenis hebben. Kortom: een gunstmaatregel voor de "slechtste leerlingen", wat bezwaarlijk motiverend kan werken voor degenen die zich wel inspannen.

De rechter zal de modaliteit eventueel nog kunnen herroepen, maar slechts binnen een termijn van drie maanden, die veel te kort is om over de noodzakelijke informatie te beschikken om de risico's op een verantwoorde wijze te beoordelen.

De strafuitvoeringsrechtbanken betreuren bovendien dat de slachtoffers volledig buiten beeld blijven en dat het onmogelijk wordt om slachtoffergerichte voorwaarden op te leggen, zoals zij vandaag wel kunnen doen. Dit staat haaks op de beleidsverklaringen van de minister van Justitie, die het slachtoffer nochtans centraal zegt te willen plaatsen.

Dit wetsontwerp betekent een terugkeer van twintig jaar in de tijd en een aanzienlijke achteruitgang ten opzichte van het huidige strafuitvoeringsrecht.

Besluit

De magistraten van de strafuitvoeringsrechtbanken uiten fundamentele kritiek op het wetsontwerp overbevolking gevangenissen. Dit stelt hen niet langer in staat om hun opdracht naar behoren uit te oefenen of de veiligheid van de burgers te waarborgen door de recidiverisico's op een verantwoorde wijze te beheersen. Zij weigeren dan ook de verantwoordelijkheid te dragen voor de mogelijk gevaarlijke gevolgen van administratieve beslissingen, terwijl hun de noodzakelijke middelen worden ontnomen om risico's correct te beoordelen en de belangen van de slachtoffers te beschermen.