De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen heeft een beklaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar voor feiten van extreem partnergeweld. Het gaat om foltering, wederrechtelijke en willekeurige vrijheidsberoving, het onthouden van voedsel of verzorging aan een kwetsbaar persoon en onterende behandeling, gepleegd binnen de relatie met het slachtoffer.
De rechtbank achtte de feiten bewezen op basis van het strafdossier en de behandeling ter zitting. Daarbij speelde onder meer de samenhang tussen verklaringen, objectieve vaststellingen van hulpdiensten en medische deskundigen, en andere onderzoeksgegevens een doorslaggevende rol. De rechtbank stelde ook vast dat het slachtoffer zich in een kwetsbare toestand bevond en dat die toestand voor de beklaagde duidelijk en gekend was.
Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de wettelijke strafdoelen: maatschappelijke afkeuring, herstel van het geschonden evenwicht, bescherming van de maatschappij en de mogelijkheid tot re-integratie van de dader.
De rechtbank benadrukte de uitzonderlijke ernst van de feiten, het aanhoudende karakter over een langere periode en de ernstige aantasting van de fysieke en psychische integriteit en menselijke waardigheid van het slachtoffer. De feiten gebeurden bovendien binnen een context waarin het slachtoffer net bescherming en vertrouwen mocht verwachten van zijn partner. Dit vertrouwen werd zwaar geschonden. De kwetsbaarheid van het slachtoffer werkte strafverzwarend.
De rechtbank hield rekening met het persoonlijk profiel van de beklaagde en met het feit dat zij op het ogenblik van de feiten een blanco strafregister had. Uit het psychiatrisch onderzoek bleek echter geen geestesstoornis die haar verantwoordelijkheid zou uitsluiten of ernstig verminderen. Gelet op aard, ernst en omstandigheden van de feiten oordeelde de rechtbank dat enkel een effectieve en strenge gevangenisstraf een passend signaal vormt.
Een probatie-uitstel was wettelijk niet mogelijk wegens de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf.
De rechtbank sprak daarnaast de verbeurdverklaring uit van een in beslag genomen gsm-toestel dat als middel bij de feiten werd gebruikt.
De rechtbank verklaarde de burgerlijke vordering ontvankelijk en kende aan het slachtoffer reeds een voorlopige schadevergoeding van 10.000 euro toe. Voor de verdere begroting van de schade werd een deskundigenonderzoekbevolen; de beslissing over het saldo en de kosten wordt aangehouden.
—
Dit persbericht bevat bewust geen feitelijke details over het partnergeweld, gelet op de bescherming van de betrokkenen. Wie zich in een situatie van partnergeweld bevindt, kan terecht op het telefoonnummer 1712.