16/01/2026

Op 16 januari 2026 veroordeelde de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen 47 beklaagden voor hun betrokkenheid bij grootschalige drugsmisdrijven, omkoping, valsheid in geschriften en witwaspraktijken. Drie beklaagden met een organiserende rol kregen gevangenisstraffen van 7, 8 en 10 jaar.

In een vonnis van meer dan 300 bladzijden veroordeelde vanochtend de rechtbank 47 van de 51 beklaagden. In totaliteit gaat het om 119 jaar gevangenisstraf en 1,25 miljoen euro aan boetes. Er wordt ook voor 236.156.805,72 euro aan criminele inkomsten verbeurd verklaard.

Eerste beklaagde betrof volgens de rechtbank de organisator en coördinator van uithaaloperaties van grote ladingen cocaïne in de haven van Antwerpen, waarbij drugs van een Zuid-Amerikaanse container naar een EU-container werden overgeplaatst. Hij deed hiervoor een beroep op corrupte havenwerknemers, vrachtwagenchauffeurs, uithalers en leden die instonden voor het ronselen of intimideren van havenmedewerkers. Hij bouwde zo rond hem een criminele organisatie op.

Naast verschillende drugsmisdrijven maakte hij zich schuldig aan omkoping en valsheid in geschriften. Zo maakte hij gebruik van valse stukken om een hypothecair krediet te verkrijgen. Daarnaast kocht hij een medebeklaagde om om een valse factuur op te maken om de invoer van zijn wagen in België vlotter te laten verlopen en nog een andere beklaagde werkzaam als keuringsinspecteur om deze wagen ‘blanco’ te laten keuren.

Verder zette eerste beklaagde witwaspraktijken op om zijn illegaal verworven drugsopbrengsten door te sluizen naar het gewone handelsverkeer. Hij richtte hiervoor een reclame- en marketingbureau op dat geen effectieve diensten aanbood, maar facturen uitschreef die betrekking hadden op fictieve prestaties, bedoeld om criminele gelden wit te wassen.

Ook tweede beklaagde had een organiserende rol en gaf aan de criminele organisatie rond eerste beklaagde de opdracht tot de uitvoering van uithaaloperaties met betrekking tot twee feiten van invoer. Hij stond ook in voor de uitbetaling aan de betrokkenen. Tweede beklaagde liet zich eveneens in met het witwassen van drugsgelden.

Derde beklaagde nam een leidinggevende rol op in een afzonderlijke criminele organisatie die zich ook bezighield met de coördinatie van grootschalige uithaaloperaties van cocaïne in de haven.

Verschillende overige beklaagden betroffen corrupte havenmedewerkers, invoerders van dekladingen, vrachtwagenchauffeurs en medewerkers aan de witwaspraktijken.

De rechtbank oordeelde dat 47 van de 51 beklaagden schuldig waren aan verschillende feiten en baseerde zich hierbij onder andere op de Sky ECC-communicatie die onderschept kon worden.

De rechtbank benadrukte dat de feiten van grootschalige internationaal georganiseerde drugscriminaliteit bijzonder ernstig zijn en getuigen van een gebrek aan normbesef en een zucht naar gemakkelijk en groot geldgewin. Drugsmisdrijven brengen de volksgezondheid in gevaar, bedreigen de openbare veiligheid en de reguliere economie ernstig en ontwrichten de samenleving.

Naast de drugsdelicten tasten ook de overige misdrijven die in het kader van de criminele organisatie worden gepleegd zoals het witwassen, de valsheden en de omkoping niet alleen de openbare veiligheid, maar ook het socio-economische en financiële en zelfs ecologische weefsel van de samenleving aan. Een eerlijk concurrentieel klimaat wordt namelijk ondermijnd met benadeling van eerlijke ondernemers met correct normbesef. Ook deze “randdelicten” zijn door hun criminele neveneffecten en hun verziekende gevolgen voor de samenleving asociaal en verwerpelijk.

De rechtbank veroordeelde eerste beklaagde tot een gevangenisstraf van 10 jaar en een geldboete van 200.000 euro[1]. Ook verklaarde zij 227.931.834 euro verbeurd als vermogensvoordeel. Tweede en derde beklaagde werden veroordeeld tot gevangenisstraffen van respectievelijk 7 en 8 jaar en geldboetes van 80.000 en 120.000 euro. Ten aanzien van hen verklaarde de rechtbank 2.069.200 en 430.000 euro verbeurd.

De overige beklaagden werden gestraft met gevangenisstraffen tot 8 jaar en geldboetes tot 100.000 euro.

Verder moeten drie beklaagden een schadevergoeding van 3.000 euro betalen aan de keuringsorganisatie waar de corrupte keuringsinspecteur tewerkgesteld was. Zes beklaagden werden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van 1 euro provisioneel aan de kredietmaatschappij waar valselijk een krediet werd bekomen.